De wethouder van de centrumgemeente

De net opnieuw benoemde wethouder van de centrumgemeente trad twee minuten voor de aanvang van de vergadering de zaal binnen. Alle andere deelnemers aan de bijeenkomst hadden elkaar al begroet en zich geïnstalleerd. Met zijn bekende arrogante blik mat de net benoemde wethouder van de centrumgemeente het gehalte van de reeds aanwezigen en oordeelde het niet nodig dezen de hand te schudden. Niet gesmoord door de eerste opportumistische handeling, gaf hij uiteraard wel het aanwezige Tweede Kamerlid van de partj een hand, alsmede de voor deze gelegenheid uitgenodigde voorzitter van de statenfractie. De rest werd kennelijk beschouwd als vulling en passend decor voor de net benoemde wethouder van de centrumgemeente. De vergadering in kwestie was belegd om te praten over de ongepaste zet van het college van de centrumgemeente; men claimde in een besloten vergadering van de eigen raad het inlijven van het naburige dorp en een stuk van een ander dorp in de directe omgeving. Het naburige dorp uiteraard onthutst en ook andere gemeentebestuurders waren verbaasd en verbolgen over deze schijnbeweging. De claim komt namelijk op het moment dat de betrokken naburige dorpen op het punt staan te fuseren tot nieuwe gemeenten. De centrumgemeente vindt van zichzelf dat ze "klem" zit en wil "ruimte voor ontwikkeling". Omdat de Tweede Kamer moet beslissen was het Tweede Kamerlid gekomen om van haar partijgenoten te horen hoe het nu verder moest. Die kwamen daar niet uit, wat niet in de laatste plaats te wijten bleek aan de opstelling van de net benoemde wethouder van de centrumgemeente. Nadat de vergadering in verwarring beeindigd was, verliet de net benoemde wethouder van de centrumgemeente, uiteraard weer zonder iemand een hand te schudden, met een overwinnaarsblik de vergadering. Hoe zal dit aflopen, beste lezers?

Motorduivels

 

 “Een nieuwe lente en een nieuw geluid:

 

Ik wil dat dit lied klinkt als een gefluit,

 

Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht

 

In een oud stadje, langs de watergracht-

 

In huis was 't donker, maar de stille straat

 

Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat

 

Nog licht, er viel een gouden blanke schijn”

 

 

Deze eerste regels uit het beroemde gedicht Mei van Herman Gorter, door de kenners feilloos uit het hoofd geciteerd, vielen me in nu ik bij de eerste schuchtere schreden van de nieuwe lente wordt geteisterd door het oude en hemeltergende geluid van colonnes motorrijders die onze Dorpsstraat vervuilen met herrie en stank. Je kunt er vergif op innemen dat bij de eerste zonnestralen de bezitters van een motorrijwiel hun voertuig uit de slaapkamer halen en ermee gaan toeren. Vaak gebeurt dat in pelotonsgewijze langsdenderende groepen, georganiseerd per merk motorfiets en altijd met veel te veel lawaai en verkeersonveilig gedrag. In plaats van zich lopend of per fiets door de natuur te bewegen, doet men dit gemotoriseerd en zonder oog voor de omgeving. Het enige doel van de reis is het laten horen van het geluid van de motor en het vertonen van onaangepast gedrag. In de eerste plaats is het duidelijk dat de motorbezitters tot de groep van ongeletterden moeten behoren. Hoewel er levensgrote borden bij de ingang van het dorp staan, waarop een blinde zelfs kan lezen dat de maximumsnelheid 30 kilometer per uur mag zijn, raast men met vliegende vaart door onze straat. De bordjes “denk aan onze kinderen” worden misschien wel gezien maar kan men ook niet lezen. Zelfs in deze smalle straat moet men elkaar inhalen en overtroeven in geluid en snelheid.

Op dagen als deze ruil ik mijn van nature zachtmoedige aard in gedachten altijd in voor die van een scherprechter met onorthodoxe methoden. Balken wil ik over de weg gooien, kettingen tussen de wielen en lasso’s over de gehelmde koppen. Geen aanhanger zijnde van een religie, hoop ik toch stiekem dat “de duivel” bestaat en dat aan het begin van de Dorpsstraat de weg zich spontaan opent en de motorduivels brengt op de plek waar ze thuishoren: de motorhel.

Aangekomen in die hel moeten ze afstappen hun motor in het vuur werpen, hun afzichtelijke helmen afdoen en het leer waarin ze zich hebben verpakt uittrekken. Ook de rest van de kleding moet uit, behalve het ondergoed en men dient zich in een keurige rij op te stellen voor deze scherprechter.

Wie uitbundig getatoeëerd voor de scherprechter verschijnt, wordt eerst door een hal gestuurd waar medewerkers met verfafbranders klaar staan om deze overdaad aan huidmisvorming te verwijderen. Men kan aan de hel ontkomen door plechtig te beloven nooit meer lawaai te maken op mooie zonnige dagen. Ook moet men zweren voortaan het groene landschap uitsluitend per fiets of te voet te zullen doorkruisen.

Maten

Het begrip "maten naaien" krijgt bij de koninklijke marine een wel zeer letterlijke invulling. Nu maar hopen dat de vrouwelijke leden van de missie naar Afghanistan niet meer hebben te vrezen van hun eigen "maten" dan van de Taliban!

Zorg dat je er wegblijft, bij de marine!

De staatssecretaris van defensie, Kees van der Knaap, wenst met meer respect behandeld te worden. Kortgeleden zei hij in een interview in "De Volkskrant" Het geeft wat meer cachet als je met excellentie wordt aangesproken". Er mag ook best enige afstand zijn."
Het begrip "enige afstand' mag na de recente bekendmakingen van misstanden bij de marine wel met een dubbelpak Jozozout worden genomen. De afstand van de staatssecretaris tot de werkelijkheid in dit deel van de krijgsmacht is groter dan de afmetingen van de stille oceaan. Als baas van de marine was het hem niet bekend dat er op een bepaald fregat sprake is van aanranding, verkrachting, drugs- en drankmisbruik en ook nog van een schrijnend gebrek aan leiderschap. Maar ja, hoe kun je leiderschap verwachten van je ondergeschikten als je als hoogste baas aantoont de meest elementaire beginselen van leiderschap te ontberen. Welke dat zijn? Weten als baas wat er speelt in je organisatie en bij escalatie ingrijpen. Maar deze "excellentie" vertoont alle kenmerken van een bepaald soort politiek leiderschap: snel de andere kant opkijken als het mis gaat, zeggen dat je er niets van weet en een commissie instellen om te onderzoeken wat al lang bij iedereen, ook bij de "excellentie" bekend is.
Het is al lang bekend dat de krijgsmacht in het algemeen en een marineschip in het bijzonder een minder veilige omgeving is voor vrouwen. Er zijn vanuit de vakbond en door kamerleden al bijna twee jaar voorbeelden aangedragen van wat er is gaat. Toch weet de staatssecretaris van niks. Hij was kennelijk bezig met een aantal van de belangrijke taken van landelijke politici: het drinken van een glas, het doen van een plas en alles laten zoals het was. Waar je verondersteld wordt in te grijpen laat je dan alle varianten van machtsmisbruik van hoog tot laag in je organisatie in stand. Dan worden er van vrouwelijke opvarenden geen takenboeken meer afgetekend zodat die met ontslag "moeten". Een goede commandant vraagt zich af hoe het komt dat iemand tot op één na alle taken voldoende uitvoert en de laatste "opeens" niet. We hebben deze week een onthutsend inkijkje gekregen in de ontluisterende wereld die "de marine" heet. "Stap in de wereld die marine heet" was nog niet zo lang geleden de wervende slagzin. Dat was weer een minder sterke variant op de nooit overtroffen oproep van Dorus: "Zorg dat je erbij komt, bij de marine". Na de bekendmaking van de misstanden en het gebrek aan ingrijpen kan er maar één definitieve slagzin gelden voor de huidige marine: "zorg dat je er wegblijft" . Kom er maar weer eens terug als er in woord en daad sprake is van excellentie bij de marine!

Bij de kassa

 Robert Long heeft er in zijn mooie liedje "Beschaafde tango" nog eens een fraai voorbeeld van gegeven. Hoe je als je even snel een boodschap wilt doen in de supermarkt, wordt opgehouden door een vervelende vent met een volle kar die net voor je de rij in schiet. Omstandig deponeert hij zijn rijke variëteit aan leeftocht op de band en voorziet elk stuk van bijpassend commentaar. "Zo, een lekker blokkie kaas voor bij de borrel vanavond. Vanavond ga ik maar eens aan de sperziebonen, ze zagen er wel appetijtelijk uit. Een stukkie fruit is altijd gezond mijnheer, zou u ook moeten kopen, zwamt de druiloor, de inhoud van mijn mandje monsterend'.

Als het op afrekenen aankomt, gaat het bij deze figuren ook geheid mis. Vooral als de caissière vraagt of "u er misschien 15 cent bij heeft". "Ja, dat moet wel lukken denk ik" zegt de druiloor opgewekt en keert de inhoud van het kleingeldgedeelte van zijn portemonnee om in zijn hand. Na omstandig rommelen in de muntjes, weet hij uiteindelijk 3 stuivers te vinden en olijk vragend of dat ook volstaat in plaats van 15 cent rekt hij het afhandelen van de transactie nog even uit. Op zulke momenten is het zeer te betreuren dat de aarde zich af en toe niet spontaan opent om dergelijke minkukels te verzwelgen. Het jammerlijke gebrek aan een antenne voor de hinderlijkheid van hun gedrag, maakt dat ze niet in de gaten hebben dat zowel de klanten achter hen als de caissière moordneigingen vertonen en de daad bij het woord zouden voegen als blikken konden doden. Mijd supermarkten als u haast heeft, of  ga zonder haast naar de supermarkt, dan bent u in een mum langs de kassa.